‘Opruiende teksten’ op intranet franchisegever grond voor ontbinding overeenkomst?
Vrijheid van meningsuiting versus imago franchisegever
Bart’s Retail B.V., franchisegever van de alom bekende Bakkerij Bart-keten, beschuldigde één van haar franchisenemers ervan ‘opruiende teksten’ op het intranet van de organisatie te hebben verspreid. Doel zou zijn om de andere franchisenemers tegen de Bakkerij Bart-keten op te zetten. Voorgaande zou de franchisenemer ook hebben gedaan onder synoniem van ‘ Robin Hood’. Het voorgaande zorgde o.a. voor een dusdanig gebrek aan vertrouwen in de franchisenemer, dat Bart’s Retail de franchise- en huurovereenkomst buitengerechtelijk had ontbonden. De voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem had in dit geval te oordelen over de vraag of deze ontbinding gerechtvaardigd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet bewezen kon worden dat de franchisenemer ook daadwerkelijk als ‘de koning der dieven’ opruiende teksten op het intranet van Bart’s Retail had geplaatst. Over de teksten die de franchisenemer op eigen naam had geplaatst oordeelde de voorzieningenrechter dat het kritisch uitlaten over een organisatie niet zonder meer onrechtmatig is. Terughoudendheid dient te worden betracht bij het beperken van de mogelijkheden van een burger om zich door woorden te uiten, ook als die uiting anderen betreft. Het recht op vrijheid van meningsuiting kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen.
Nu de uitlatingen intern waren gedaan, waardoor alleen de franchisenemers en Bart’s Retail ze konden bekijken en de franchisenemer zich niet tegenover de media grievend had uitgelaten over Bart’s Retail of de Bakker Bart-formule was er geen sprake van onrechtmatigheid aan de kant van de franchisenemer. Bovendien was in de gedragscode van Bart’s Retail bepaald dat de sanctie hiervoor slechts een gedeeltelijke of gehele afsluiting van de intranet- of e-mailfaciliteit kon zijn. De buitengerechtelijke ontbinding werd niet gehonoreerd en Bart’s Retail dient aan de franchisenemer weer op de gebruikelijke wijze haar producten te leveren.
Indien een contractspartij een overeenkomst buitengerechtelijk ontbindt bestaat er altijd het gevaar dat een rechter later oordeelt dat de ontbinding ongerechtvaardigd was. Consequentie is dan dat de overeenkomst nooit heeft opgehouden te bestaan. De gevolgen kunnen aldus groot en zeer nadelig zijn voor de ontbindende partij. Dit vonnis laat maar weer eens zien dat een buitengerechtelijk ontbinding goed gemotiveerd dient te worden. Het via intranet uiten van kritiek van een franchisenemer op haar franchisegever is volgens dit vonnis niet snel onrechtmatig en levert geen rechtvaardiging op voor ontbinding. Het recht op vrijheid van meningsuiting van de franchisenemer moet gerespecteerd worden.
Bron: Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 15 februari 2012, LJN: BV5455
